Drs. Cees Huisman, voorzitter van de Raad van Bestuur van MEE Noordwest-Holland, is vanaf de oprichting van Stichting MEER bestuurder van deze nieuwe organisatie geweest. Hij vond het tijd om zich uit die functie terug te trekken, zodat MEER geheel op eigen kracht de toekomst tegemoet gaat.
Een interview door Cor van Vuren
Hoe was het om uit het bestuur van MEER te treden?
MEE Noordwest-Holland nam in 2008 het initiatief met als doel een succes van MEER te maken. In de eerste plaats gaat het natuurlijk om activiteiten die een bijdrage leveren aan het versterken van de positie van mensen met een beperking. Een nevendoel was dat MEER na twee jaar op eigen benen kon staan. Dat is gelukt en mijn terugtreden als bestuurder van MEER is daar het gevolg van. Het was dus prima om deze stap te zetten.
Hoe vind je dat MEER het nu doet?
In MEER herken ik een visie en praktische benadering en aanpak die mij bevalt. MEER zet zich in voor de participatie van mensen met een beperking door zich te richten op uitvoerende organisaties die daaraan werken. MEER draagt met projecten en trainingen bij aan versterking en bundeling van kracht. MEER neemt geen taken over, maar versterkt door samenwerking aan te gaan. Ik zie dat MEER keuzes maakt, sterker wordt en meerwaarde biedt op het terrein van wonen en arbeid. De inhoudelijke activiteiten staan voorop, en zo hoort het ook!
Waar zie jij vooral kansen liggen?
Vooral op basale terreinen, zoals wonen, arbeid en sport zie ik kansen voor MEER. Belangrijk is dat zij doorzetten om deze samen met anderen, waaronder MEE Noordwest-Holland, te benutten.
Bij wonen inspireert mij de gedachte dat het vroeg of laat er toch van komt dat domoticatoepassingen (elektronische digitale hulpmiddelen in woningen bij zorg) ‘door moeten breken’. Er wordt nu vooral veel over gepraat. Ik zou wensen dat er in Noord-Holland initiatief wordt genomen dat een kansrijk fundament voor de toekomst biedt. Het zou bijdragen aan het zelfstandig wonen van mensen met een handicap en ouderen.
Ook arbeid en sport zijn belangrijk en MEER staat mede aan de basis van een kansrijke aanpak. Het initiatief om Wajongers in te zetten bij amateurvoetbalclubs in de regio is prima. Het biedt kansen en is voor alle partijen profijtelijk. Mooi is dat MEER aan de kant van de Wajongers staat en hen stimuleert om (weer) deel te nemen aan de samenleving.
Hoe ziet de toekomst van MEER eruit?
Ik heb geen glazen bol maar kan er het volgende over zeggen. MEER richt zich met open vizier op de buitenwereld, let op maatschappelijke ontwikkelingen en kiest van uit haar kracht positie. Dat is prima. Tegelijk heeft MEER, net als ieder ander in Nederland, te maken met de minder rooskleurige economie. De tijd zal leren wat dit betekent. Dat neemt niet weg dat MEER naar mijn overtuiging met elan en realisme de toekomst in gaat. Daar komt bij dat er in iedere situatie vraag zal zijn naar activiteiten waar MEER goed in is. Ik heb er dan ook vertrouwen dat MEER een goede koers zal blijven varen.
Nieuw bestuur
Natuurlijk is Stichting MEER niet zonder bestuur verder gegaan. Er is een nieuw bestuur benoemd, bestaande uit Chris van Meurs (voorzitter), Maud de vries (penningmeester) en Marcel Fortuin (secretaris). John van den Oord is benoemd tot directeur/projectmanager van Stichting MEER. Klik hier voor meer informatie over het nieuwe bestuur.
